Industrialfairs News

Nieuws

Enters the Autonomous Robot platform

26/02/2026

Auteur: Karl D’haveloose

 

 

 

 

Na een geslaagde Indumation 2026, nokvol robots, cobots en alle mogelijke simulaties en een verrijkend gesprek met Filip Tuypens dat straks in onze podcast Indusruptiv & Friends op Spotify te beluisteren is, leggen we de inhoudelijke lat alweer een stuk hoger. Waar slimme robots van meerdere leveranciers simultaan worden ingezet, moeten ze ook nog in harmonie georkestreerd samenwerken. Om dit aspect te belichten, baseer ik me op input van een dossier over Botsync.

 

 

Het in Singapore gevestigde Botsync is een leverancier van mobiele robots en orkestratiesoftware. De investering, waarvan het bedrag niet bekendgemaakt is, onderstreept een bredere ontwikkeling in intralogistiek: de snelle verschuiving van losse robottoepassingen naar geïntegreerde, softwaregedreven robotecosystemen.

 

De inzet van autonome mobiele robots groeit snel, maar de echte uitdaging zit steeds minder in de robot zelf. Naarmate bedrijven meerdere robots van verschillende leveranciers combineren, wordt slimme orkestratie cruciaal. De extra investering in Botsync onderstreept die verschuiving: van losse automatisering naar centraal aangestuurde, softwaregedreven robotvloten.

 

Waar bedrijven de afgelopen jaren vooral experimenteerden met autonome mobiele robots (AMR’s), groeit nu de noodzaak om heterogene robotvloten centraal aan te sturen en te orkestreren. Gartner signaleert deze trend nadrukkelijk en verwacht dat multi-agentorkestratieplatforms de komende jaren een vaste plek krijgen in magazijnen en fabrieken. 

 

Flexibele robotplatformen worden versneld de norm

Met name sectoren, zoals FMCG, food & beverage en automotive, zoeken naar oplossingen om arbeidstekorten, kostenstijgingen en steeds strengere service-eisen op te vangen. De zoektocht concretiseert zich in schaalbare platformen. De robots en software, zoals die van Botsync, Addverb, GreyOrange of OTTO, draaien inmiddels bij internationale industriële spelers, zoals Ford, Caterpillar, Kimberly-Clark, Coca-Cola, Aquaporin en Nestlé.

 

 

Heterogene robotvloten

Aspect

Uitdaging

Gevolg bij falen

Scalability

Meer robots ≠ lineair meer output.

Systeem raakt overbelast door communicatie-overhead.

Cybersecurity

Elk punt in de vloot is een ingang.

Hele productiehal kan gehackt of stilgelegd worden.

Data-analyse

Gigantische hoeveelheden log-data.

Je weet dat het traag gaat, maar ziet niet waar de bottleneck zit.

 

De markt van AMR’s groeit heel snel. Die groei brengt nieuwe complexiteiten met zich mee. Veel bedrijven starten met één type robot en een directe koppeling tussen bijvoorbeeld het WMS en het fleetmanagementsysteem van de leverancier. Die point-to-pointintegratie werkt zolang het om één robot of één leverancier gaat. Zodra meerdere robottypes of merken worden ingezet, schiet deze aanpak tekort.

 

Gartner beschrijft dit probleem scherp. Organisaties zetten steeds vaker robots van verschillende leveranciers in, elk met eigen software, interfaces en capaciteiten. Om deze heterogene vloot effectief te laten samenwerken, is gestandaardiseerde, vendoragnostische software nodig. Gartner noemt deze laag multi-agentorkestratieplatforms: intelligente middleware die werk verdeelt, communicatie regelt en processen afstemt tussen bedrijfsapplicaties, robotvloten en andere geautomatiseerde middelen, zoals deuren of liften.

 

Volgens Gartner zal in 2026 meer dan 50 procent van de organisaties die intralogistieke robots gebruiken een dergelijk orkestratieplatform inzetten. Dat verkort de tijd en kosten om nieuwe robots aan te sluiten en verlaagt tegelijk de beheerkosten. Bovendien worden taken automatisch toegewezen aan de robot die op dat moment het meest geschikt is. Niet de losse robot, maar het platform dat alle robots laat samenwerken, lijkt bepalend te worden voor schaalbare en toekomstbestendige intralogistiek.

 

Wat zijn de uitdagingen :

 

 

  1. Heterogeniteit en interoperabiliteit

In een ideale wereld spreken alle robots dezelfde taal. In de realiteit heb je vaak robots van verschillende fabrikanten (bijv. een Fanuc-arm op een MiR-onderstel).

Verschillende protocollen: de uitdaging is om deze systemen te laten communiceren via een overkoepelend ‘vlootbeheersysteem’ (Fleet Management System).

VDA 5050 is een groeiende standaard in Europa die probeert de communicatie tussen verschillende AGV's (Automated Guided Vehicles) te harmoniseren, maar de implementatie hiervan is technisch uitdagend.

 

  1. Dynamische pathplanning en verkeersleiding

Stel je een magazijn voor met 50 robots. Als ze allemaal de kortste weg nemen, ontstaat er een gigantische file bij smalle gangpaden. Er moet gekozen worden of er centraal of decentraal gewerkt wordt: berekent de centrale server iedere beweging of beslissen robots onderling wie voorrang neemt. Faalt de gekozen aanpak, dan zit je met deadlocks: robots komen tegenover elkaar te staan en geen van beide wijken, waardoor het proces stilvalt.

  1. De menselijke factor en veiligheid

Robots werken zelden in een vacuüm, ze delen de vloer met menselijke medewerkers. Voorspelbaarheid: Mensen zijn onvoorspelbaar. Een robot moet niet alleen stoppen voor een obstakel, maar idealiter anticiperen op de beweging van een voorbijlopende werknemer om de workflow niet te verstoren.

Psychologie: ‘robot-angst’ of irritatie door trage machines kan de efficiëntie verlagen. De interface tussen mens en vloot moet naadloos zijn.

  1. Infrastructuur en connectiviteit

Een vloot is slechts zo sterk als het netwerk waarop het draait. Latency (vertraging), maar ook de batterijautonomie zijn van tel.

 

Latency: bij honderden robots kan een fractie van een seconde vertraging in het Wi-Fi-signaal leiden tot botsingen of inefficiënties. Veel bedrijven stappen daarom over op private 5G-netwerken.

 

Oplaadstrategieën: de vloot moet slim genoeg zijn om te weten wanneer welke robot moet gaan laden, zodat de operatie nooit stilvalt (Opportunistic charging).

 

Hoe gebeurt de uitrol

Model

Voordeel

Nadeel

Gecentraliseerd

Optimale planning voor de hele vloot.

Als de server uitvalt, staat alles stil.

Gedecentraliseerd

Robots zijn autonoom en robuust.

Risico op inefficiënte "opstoppingen".

Hybride (Aangeraden)

Beste van beide werelden: lokale veiligheid + centrale regie.

Complexere software-integratie.

 

  1. De Softwarearchitectuur: ROS 2 en microservices

De meeste moderne vloten worden gebouwd op ROS 2 (Robot Operating System). In tegenstelling tot zijn voorganger is ROS 2 ontworpen voor industriële betrouwbaarheid en multi-robotcommunicatie.

DDS (Data Distribution Service): dit is de ruggengraat van ROS 2. Het zorgt voor ‘realtime’ datacommunicatie tussen robots zonder dat er een centrale server nodig is voor elke kleine beslissing.

Microservices: in plaats van één groot programma, knip je de software op. Eén service regelt de navigatie, een andere de batterijstatus en weer een andere de communicatie met de fabriek (ERP). 

  1. De 3 hiërarchische lagen

Een robuuste implementatie volgt meestal deze drie lagen:

  • Edge/Robot Layer: hier gebeurt de kritieke verwerking (obstakelvermijding en sensordata). Als de wifi wegvalt, mag de robot niet tegen een muur rijden.
  • Fleet Control Layer (De "Verkeersleider"): een centrale server die het overzicht houdt. Deze bepaalt welke robot naar welk station gaat en voorkomt dat ze elkaar blokkeren in een gangpad.
  • Enterprise Layer (ERP/WMS): de koppeling met de bedrijfssoftware. Hier komt de order binnen ("Verplaats Pallet A naar Zone B"), die vervolgens vertaald wordt naar robottaken. 
  1. Stappenplan voor implementatie

Als je dit proces in de praktijk brengt, volg je doorgaans deze fases:

  • Fase 1: De Digitale Tweeling (Simulatie)

Voordat je één fysieke robot koopt, bouw je een Digital Twin in software, zoals NVIDIA Isaac Sim of Gazebo. Je kunt hier 100 robots virtueel laten botsen zonder dat het geld kost. Je test hier de algoritmes voor verkeersdoorstroming. 

  • Fase 2: Proof of Concept (PoC)

Implementeer 2 à 3 robots in een gecontroleerde zone.  Test de connectiviteit (wifi-dode hoeken) en de integratie met bestaande machines (bijv. automatische deuren of liften). 

  • Fase 3: Integratie via VDA 5050

Zorg dat je vlootbeheersysteem de VDA 5050-interface ondersteunt. Dit is essentieel om in de toekomst robots van verschillende merken aan je vloot toe te voegen zonder de hele softwarearchitectuur te herschrijven. 

  • Fase 4: Schalen en optimaliseren

Zodra de basis staat, ga je finetunen. Je maakt heatmaps van de stilstanden en bottlenecks en test dynamic rerouting-opties, waar het robotpad aangepast wordt aan de piektijden in de fabriek.

 

Conclusie

Een strategie, een modus operandi en een uitrol, zijn vooral een softwarematige uitdagingen, eerder dan een mechatronisch. Dat is duidelijk. Tijdens de komende ABISS 2026 in Kortrijk en Breda komen dergelijke cases meer uitgewerkt aan bod op het expertenpodium (Expert Classes). Meer over welke sprekers de ABISS 2026-podia betreden, kunt u straks lezen op www.abissummit.be en www.abissummit.nl

Gerelateerd nieuws

Deze website gebruikt cookies om u een betere ervaring te bieden terwijl u deze site bezoekt. Meer info over cookies