Industrialfairs News

Nieuws

Mix decennia oude OT en de meest recente IT: de toxische tweeling voor je productie(stop)

19/06/2026

Auteur: Karl D’haveloose

 

 

 

Het stak al lang in mijn map relevante inzichten, maar nu de organisatoren van www.abissummit.be en www.abissummit.nl de tactische stap gezet hebben naar ‘connecting the IT/OT dots in IioT’ vond ik dit het moment suprême om dit artikel even uit te pennen.

 

 

Productiestops,zoals die bij Jaguar Land Rover zijn onvermijdelijk, maar het veilig hervatten van de productie is wat innovatieve fabrikanten veerkrachtig maakt.

 

Toen Jaguar Land Rover haar systemen offline haalde na een beveiligingsincident, richtten de krantenkoppen zich direct op de cyberrisico's. Maar bij fabrikanten die de situatie op de voet volgden, was de grootste zorg niet zozeer de productiestop als gevolg van een mogelijk cyberincident. Zij lagen eerder wakker van de benodigde tijd om de productie weer op gang te brengen.

 

Op een gegeven moment daalde de Britse autoproductie tot het laagste punt sinds 1952, wat een schokgolf door de industrie stuurde. Hierdoor ondervond iedereen in de keten, van leveranciers tot dealers, de gevolgen. Er werden vragen gesteld over een mogelijk cyberincident en de aard ervan, maar dergelijke incidenten gaan zelden over één enkel zwak punt. Zelfs als een cyberincident de productie stillegt, wijst het onvermogen om alles snel weer op gang te krijgen vaak op problemen die veel dieper liggen. Decennia aan opgebouwde technologie betekenen vaak dat de terugkeer naar productiviteit traag en gefragmenteerd is. Bovendien ligt die bezaaid met diverse herstel- en compatibiliteitsproblemen.

 

Gebouwd voor een lange levensduur, niet voor operationele continuïteit

 

 

Loop door een willekeurige fabriekshal en je ziet apparatuur, gereedschap en operationele technologie (OT) die tientallen jaren oud zijn. Besturingssystemen worden behouden, omdat vervanging ervan zou betekenen dat gecertificeerde machines vervangen moeten worden. Embedded systemen zijn gekoppeld aan specifieke chipsets. Industriële pc's zijn afhankelijk van exacte drivercombinaties en firmwareversies, die niet zomaar kunnen worden vernieuwd. Na verloop van tijd evolueren deze omgevingen en worden er nieuwe componenten toegevoegd, waardoor kleine veranderingen zich ophopen. Firmware-updates worden toegepast, vervangende componenten worden geïnstalleerd die enigszins afwijken van hun voorgangers, en configuratieafwijkingen beginnen zich langzaam aan te dienen.

 

Wanneer er zich dus een storing voordoet – wat onvermijdelijk is – gaat herstel over meer ‘dan alleen het terugzetten van een back-up’. Een precieze operationele toestand moet worden gereconstrueerd in een hardwareomgeving, die mogelijk niet meer identiek is aan de situatie ten tijde van de back-up. Dit kan leiden tot talloze fouten en incompatibiliteiten, die de downtime verlengen en het proces om alles weer online te krijgen er niet vereenvoudigen.

 

 

Hoewel een dashboard een succesvolle back-up kan weergeven, garanderen deze digitale signalen en groene vlaggen in de operationele technologie (OT) op zich niet dat een hersteld systeem op de lange termijn correct zal opstarten. Alleen al in het Verenigd Koninkrijk bleek uit een recent onderzoek van Censuswide dat fabrikanten gezamenlijk tot wel 736 miljoen pond per week verliezen als gevolg van downtime. In de VS meldt bijna de helft van de fabrikanten 6 tot 10 incidenten per week, met kosten van meer dan 207 miljoen dollar. Het punt is dat de kosten van een storing niet alleen bestaan ​​uit het incident zelf, maar ook uit de tijd die nodig is om de volledige operationele capaciteit te herstellen.

 

Nieuwe data onthult de cruciale blinde vlek: de meeste fabrikanten houden RTO- en RPO-waarden bij, maar slechts 1 op de 4 controleert hoe vaak ze de hersteltijd daadwerkelijk testen.

 

‘Meten’ is niet hetzelfde als ‘bewijzen’

Veel organisaties houden terecht hersteltijdobjectieven (RTO) en herstelpuntobjectieven (RPO) bij. Deze meetwaarden zijn belangrijk, omdat ze een doel stellen voor hoe snel systemen hersteld moeten worden en hoeveel dataverlies acceptabel is. Maar het bijhouden van doelstellingen garandeert niet dat herstel ook daadwerkelijk zal werken wanneer het nodig is. Volgens het benchmarkrapport van Macrium uit 2026 houdt 73% van de fabrikanten RTO bij en 63% RPO, maar slechts 25% meet hoe vaak hun herstelmogelijkheden worden getest. Simpel gezegd betekent dit dat organisaties hun paraatheid vaker meten dan dat ze deze daadwerkelijk verifiëren. Zeggen dat je voorbereid bent en daadwerkelijk voorbereid zijn, zijn twee totaal verschillende dingen.

 

In een industriële omgeving kan dit verschil tussen de virtuele gereedheid en de effectieve gereedheid aanzienlijk zijn. Een herstel dat in een virtuele testomgeving werkt, kan nog steeds mislukken bij toepassing op de fysieke hardware, die een productielijn aanstuurt. Verschillen in drivers, firmwareversies of randapparatuur kunnen faalpunten introduceren, die zich pas in de praktijk openbaren. Veerkracht hangt hier af van het verminderen van onbekende factoren voordat een incident zich voordoet. Dit vereist dat we verder kijken dan de aanname dat een voltooide back-up gelijk staat aan een herstelbaar systeem.

 

Van succesvolle back-up naar vertrouwen in herstel

Het korte antwoord op de bovenstaande vragen is dat leiders in de sector en IT/OT-teams moeten nadenken over validatie, en niet alleen over de verificatie van hun back-ups.

 

Integriteitscontroles helpen om stille corruptie van back-ups vroegtijdig op te sporen, terwijl geplande testherstelbewerkingen bevestigen dat systemen kunnen opstarten en bewerkingen naar verwachting kunnen worden geïnitialiseerd. Periodieke validatie moet daarbij altijd plaatsvinden op representatieve hardware in plaats van alleen virtuele machines, omdat productieomgevingen zelden generiek zijn en herstelplannen die realiteit moeten weerspiegelen. Wat in de ene omgeving werkt, doet dit niet noodzakelijk in een andere, zelfs niet als beide omgevingen eigendom zijn van of beheerd worden door hetzelfde bedrijf.

 

Hier wordt validatie een routinepraktijk in plaats van slechts een afvinklijstje of een kwestie van naleving. Net als bij elke andere vorm van due diligence moeten die resultaten worden gedocumenteerd, procedures worden verfijnd en simulaties van herstelscenario's worden ingebouwd in de reguliere werkzaamheden. Zeker wanneer de omgeving in de loop der tijd verandert en evolueert. Op die manier wordt herstel voorspelbaar in plaats van geïmproviseerd. In plaats van te vertrouwen op de ‘go’ van een dashboard bouwen teams bewijs op dat herstel onder stress zal werken.

 

Herstel omzetten in operationeel spiergeheugen

Jarenlang lag de focus in discussies over veerkracht in de maakindustrie op preventie, waarbij netwerksegmentatie, dreigingsdetectie en snellere reactietijden een essentiële rol speelden. Maar in de onderling verbonden netwerken waarop Industrie 4.0 opereert, kan geen enkele verdedigingsstrategie perfect zijn. Incidenten zullen zich voordoen en verstoringen zullen volgen. Organisaties die effectief kunnen herstellen met minimale verliezen, hebben één ding gemeen: ze oefenen, simuleren, meten en documenteren. Het verschil tussen een tijdelijke onderbreking en een langdurige stilstand zit hem vaak in de voorbereiding, die maanden eerder heeft plaatsgevonden. Incidenten zijn misschien onvermijdelijk, maar kostbare periodes van langdurige downtime niet!

Gerelateerd nieuws

Deze website gebruikt cookies om u een betere ervaring te bieden terwijl u deze site bezoekt. Meer info over cookies