Auteur: Karl D’haveloose
In industrieel beurzenland heerst kommer en kwel, zo blijkt uit wat ik overal lees, hoor en zelf ervaar als seriële beursbezoeker. Zowel bij de bezoeker als bij de exposant zou de klad er helemaal in zitten. Wijlen Y. Vanden Abeele, CEO Xpogroup, scandeerde al in 1988, op zijn Antwaarps, tijdens een congres de slogan “t’is niet meer wattet geweest ies, en tzal nooit meer wurre wat het was” toen het over de toekomst van beurzen ging. Exact 20 jaar later was er de financiële crisis en verklaarden onze trouwste klanten dat deze crisis de finale klap voor beurzen was. Maar dat was buiten de waard van de COVID-pandemie gerekend, die voor eens en altijd fysiek menselijk verbinden zou laten vervangen door digitale onlinebeursplatformen. Na de lockdown draaide alles – sterker dan ooit – om fysiek ontmoeten en netwerken. Mensen zijn en blijven rare, onvoorspelbare sociale roedels.

Toegegeven, ondertussen zitten vooral weer de West-Europese internationale beurzen in een perfecte storm. Geen interview als kernartikel Insightz deze keer. Als gepassioneerd beursbezoeker én organisator ga ik onder het alibi Indusruptiv even dieper in op de problematiek, probeer mijn gesprekken met exposanten en bezoekers even duiding te geven om voor u als lezer, exposant of bezoeker een glas klare nieuwjaarswijn te schenken.
De druk komt van twee kanten: de exposanten (die de rekening betalen) en de bezoekers (die hun tijd investeren).
Whazzup 1: de exposant
De kommer van exposanten kan je vooral vertalen in ROI en Kosten. Ik benoem dit liever als Return on Event.
Hierbij geef ik graag volgende kanttekening, namelijk het generatieconflict. Terwijl de boomers de arbeidsmarkt verlaten, nemen zowel de Millenials en Gen Z commercieel, strategisch en marketingmatig het heft in handen. Onlinesales en digitale marketing zijn tools die goedkoop, gemakkelijk en analytisch zijn en volgens de harde kern in vele gevallen fysieke interactie volledig overbodig maken. Hierover kan je uren filosoferen, maar de trend is your friend. Naarmate producten, technologie en expertise minder gecommoditiseerd zijn en dus maatwerk en complexiteit vereisen en hun financiële of operationele impact op het businessmodel groter wordt, neemt ook de nood aan persoonlijk overleg, probleemoplossende partnerships en maatwerkgerichte begeleiding toe. Een productielijn of magazijn automatiseren, een ERP-systeem implementeren of een gerobotiseerd lasproces uitrollen doe je tot op vandaag niet met een muisklik.
Whazzup 2: de bezoeker
Tijd en relevantie versus de Return on Experience. Koppel deze problematiek aan de digitale generatie die niet snel uit zijn/haar kot komt. En dan zijn er nog de files, de torenhoge parkingprijzen, de eindeloze registratierijen, de dure catering en de strikte bedrijfspolicy die streng selecteert wie van de schaarse beschikbare mensen naar een beurs mag.
Mijn vleugje kritiek is en blijft dat veel beursorganisatoren naast hun schoenen lopen, problemen van de hand wijzen, in een never ending indexeringscirkel vastlopen. Bovendien beseffen ze niet dat het gebrek aan bezoekersexperience op het niveau van belevenis, gemak en hospitality (hun bestaansreden) hand in hand gaan met een dalend beursbezoek.
Uber das Deutsche Problem
Beurzen, zoals EMO of Hannover Messe Industrie waren lang geleden de ‘Champions League’. Voor dergelijke beurzen mobiliseerde industrieel Europa zich omwille van de mondiale primeurs. Hannover Messe Industrie is de meest brede technologiebeurs in West-Europa, van waterstoftechnologie tot de tandwielkast. Laat dat nu vooral voor de bezoeker het probleem worden. HMI krijgt steeds vaker het etiket opgeplakt van een te brede, te grote en weinig transparante beurs. Het geldt als een politiek strategische transformatiebeurs met een uitgesproken Duitse inslag, steeds minder gericht op technische profielen en die bovendien met een dalend internationaal publiek geconfronteerd wordt.

EMO werd tot op heden altijd beschouwd als dé West-Europese beurs voor verspaningstechnologie in Hannover. De beurs alterneert jaarlijks met de editie in Milaan. Het model van EMO staat onder druk door de aanwezigheid van steeds meer regionale competitie zoals AMB in Stüttgart en uiteraard speelt de Duitse recessie, die vooral automotive en machinebouw raakt, iedere exposant en bezoeker ook parten.
Beurzen zoals Euroblech, sterk gericht op plaatbewerking, zijn niche-events die vooral inzetten op live demo’s en technologische profielen, met een knipoog naar sales. In de automatiseringswereld geldt hetzelfde voor SPS Nürnberg, het werkpaard van de industriële automatisering: gericht op technologische profielen en volgens Duitse normen compact.
Waar de vroegere Champions League nu een beetje als too big to fail worden beschouwd, komen kleinere lokale, gerichte en initiatieven overal op de proppen. Al bij al blijft het deelnemen aan/bezoeken van Duitse beurzen qua directe en indirecte kosten peperduur. Een steeds toenemende klacht van bezoekers is dat Duitsland een constante ‘Baustelle’ op snelwegniveau blijft. Een rit vanuit Kortrijk naar Nürnberg neemt tussen de 8 à 11 uur in beslag.
En dan de Benelux
Beurzen in de Benelux zijn goedkoper, vooral voor de exposant, en in vele gevallen gratis voor de bezoeker. Ook de Benelux kampt met dezelfde problemen qua inflatoire druk voor de exposant én bezoeker. In vele gevallen is er ook een stabilisatie tot dalende trend in bezoekers. Het aantal industriebeurzen in Nederland is groter dan in België. Reken al snel dat je in Nederland voor productietechnologie zowel Techni-Show en ESEF, Metavak, Precisiebeurs en WOTS als een resem kleinere niche-events, zoals Kunstoffenbeurs, Welding Week, AM for industry, High Tech Mechatronics, AM for production, Vision & Robotics,… hebt. Een teken aan de wand is dat recent de Nederlandse Metaaldagen werden geannuleerd.

In België is het landschap iets minder verzadigd, maar is het potentieel aan bezoekende industriële bedrijven ook kleiner. In verhouding spreek je al vlug over afgerond een 10.000 high tech productie- en mechatronicabedrijven tegenover een ruim gerekend 6.000 bedrijven in België. Het aantal bedrijven in Nederland met meer dan 100 werknemers is ook beduidend hoger (ongeveer 1.300). Maar ook in beide landen is vooral een dalende trend te merken in het aantal bezoekers per bedrijf dat beurzen bezoekt. In Nederland is het gemiddeld aantal beursbezoekers per bedrijf 1,6 versus 1,1 in België.
Op niveau van industriële technologiebeurzen vind je in België Indumation, Machineering, Advanced Engineering, Advanced Manufacturing of gerichte niche-events, zoals ABISS, Machineering NextGen Experience, Maintenance, Pumps & Valves,…
De toekomst: disruptie alom
Als we het even vanuit helikopterperspectief en zo weinig mogelijk ‘biased’ bekijken, constateren we toch een trend. Volgend jaar organiseert Industrialfairs opnieuw de grootste industriële automatiseringsbeurs Indumation 2026 en Machineering NextGen Experience 2026 in Kortrijk Xpo. Even status. Ondanks dat Indumation 2026 afstevent op de grootste editie qua aantal exposanten en vierkante meters is het voor de exposant, zeker de Duitse, geen evidentie.

Benelux-exposanten rakelen met de nodige ijver de nodige budgetten bij de internationale moederhuizen samen en gelukkig is de vibe rondom Indumation en de visie Shift into Fifth positief. De organisatie neemt het voortouw om exposanten met de bestaande budgetten de nodige slagkracht te bieden om samen creatief met de crème de la crème van autonome oplossingen en demo’s te komen. Dat geldt ook voor de exposanten op Machineering NextGen Experience, die in haar nieuwe gedaante samen met exposanten uit de productietechnologie ecosystemen (Manufacturing Hubs) on site samenstelt binnen thema’s, zoals volautomatisch plaatbewerken, verspanen, 3D-printen, lassen, assembleren, etc.
De trend is wat het is en hou hem te vriend. Volgens mij moet de organisator zichzelf opnieuw heruitvinden en inspelen op het feit dat de vroegere Champions League van grote internationale industriebeurzen vaak algemeen, groot en duur ofwel op de pauzeknop moeten duwen ofwel dringend moeten transformeren. Geolokale en kleinere nationale beurzen moeten inzetten op content, echte return on event en experience (ROE) voor de exposant en bezoeker.
Kortere afstanden, snelle registratie, een overzichtelijk en relevant aanbod, tijdswinst, focus op wat nieuw is ( in plaats van je showroom te verhuizen), live demo’s, partnerships in ecosystemen om de kosten te drukken en digitale ondersteuning & dienstenverlening op alle niveaus. Complexe en strategische diensten en producten zijn en blijven geen commodity’s die je met één klik samenstelt en dat beseft de bezoeker maar al te goed. Aan de organisator om het juiste kader te faciliteren. De beursorganisator is op vandaag niet meer de vierkante metertapijtenboer, maar wel de partner die zowel deelname, budgetten, marketing als content op maat van de exposant invult. Waarvan nota en als nieuwjaarsbrief aan iedereen die volgend jaar als bezoeker, exposant en organisator terug paraat staat.