Auteur: Karl D’haveloose
Il est deux heures… Marchin. Na een panoramische afdaling richting Marchin en de ontdekking van een nagelnieuw gebouw – verborgen achter de oude site van Arcelor – word ik aan de zwaar beveiligde gates van de Safran Blades er door een vriendelijke tuinman op gewezen dat ik het nummer op de poort moet bellen als ik ooit wil binnen geraken. In de kantoren word ik even vriendelijk verwelkomd door Geoffroy Jennes (Ingenieur Digitalisation 4.0) die me ontvangt in de cafetariaruimte, want in alle vergaderzalen gonst het van de drukte.

Safran Group is een wereldwijd toonaangevende Franse multinational, actief in de luchtvaart, ruimtevaart en defensie. De groep is meer bepaald gespecialiseerd in de productie van vliegtuigmotoren (waaronder de Joint Venture CFM International voor de populaire LEAP-motor), landingsgestellen, elektrische systemen en defensie-elektronica. Het volledige consortium is goed voor ongeveer 25 miljard euro omzet en beschikt over een orderboek voor de komende jaren dat acht maal zo groot is.
Vandaag zitten we meer specifiek bij Safran Blades, een van de nieuwste en meest strategische vestigingen van de Safran Group, gevestigd in Marchin in de provincie Luik (Wallonië). Dit jaar werd Safran Blades niet onverdiend Factory of The Future.
We vragen Geoffroy Jennes (GJ) ineens hoe we Safran Blades binnen het consortium moeten positioneren.
GJ
“Safran Group is een multispeler binnen de luchtvaartindustrie: of het nu gaat om landingslijnen, landingssystemen, alles wat met de cabine te maken heeft, cabine-uitrusting, alles wat elektronica is, elektronica aan het einde van vliegtuigen, alles wat helikopter is, dus een grote helikopterdivisie, het is een groep die zeer wijdverbreid is in de wereld van de luchtvaart tot zelfs in de ruimtevaartsector. Dus hier hebben we het over de divisie Safran Blades, onderdeel van Safran Aero Booster. Historisch was dit een Belgische activiteit (Techspace Aero), ontsproten uit de geschiedenis van FN Herstal, opgekocht door Safran Group. De bijzonderheid van Safran Blades is dat ze eigendom is van zowel de Safran-groep – via zijn voornaamste aandeelhouder Safran Aero Boosters – en regionale en federale overheden. Het Waalse Gewest (22%) en Wallonie Entreprendre (22%) zijn eveneens erg belangrijke aandeelhouders van Safran Aero Booster.”

Safran Aero Booster heeft als hoofdactiviteit het vervaardigen van lagedrukcompressoren en oliesystemen voor vliegtuigmotoren, maar is ook actief op het vlak van testbanken van motoren. Safran Blades maakt hier de compressor voor hoofdzakelijk de LEAP- en GenX-motoren. De uit titanium gemaakte blades maken deel uit van de booster, die achter de grote schoepen van de vliegtuigmotor zitten.

Carte Blanche Industrie 4.0
Safran Blades kreeg van de groep het volledige mandaat om een expertisecentrum voor precisiesmeden te worden. Volgens GJ is de reden hiertoe simpel: als Safran Blades erin slaagt om het precisiesmeden smart, gedigitaliseerd en geautomatiseerd te maken, vormt dit een mijlpaal en voorbeeld voor de ganse groep.
“Smeden wordt gezien als iets heel oud en ambachtelijk”, filosofeert GJ. “Hier is het smeden een precisievaardigheid, omdat we in de luchtvaartindustrie werken: de hoge productiesnelheden, de herhaalbaarheid en de nauwkeurigheid tot op een honderdste van een millimeter zijn de hoekstenen van ons vak”, vervolgt mijn gesprekspartner.
Concreet bedoelt GJ dat alle productiefasen strikt gecontroleerd moeten worden om gecertifieerd te worden volgens de luchtvaartnormen. Een tweede essentiële pijler voor die ‘carte blanche’ schuilt hem in de grote participatie van zowel het Waalse Gewest en de federale investeringsfondsen, waar de lat qua duurzaamheid, tewerkstelling en KPI’s enorm hoog gelegd werd. Dit project werd anno 2022 opgestart met een initieel budget van 50 miljoen euro voor een productie van 400.000 blades per jaar (of 1 blade per 24 seconden), gevolgd door supplementaire investeringen voor een fase tot 700.000 blades per jaar.
“Het pand werd in augustus 2023 aangekocht en gerehabiliteerd. Vanaf een blanco blad werd in functie van de specifieke noden de juiste technologie, machines en productieprocessen volledig from scratch geconfigureerd”, verduidelijkt GJ.
Een derde motivatie voor zo’n ambitieus project is het geopolitieke belang van de supply chain in de luchtvaart. Er zijn slechts 4 bedrijven die dit type product kunnen vervaardigen (China, Israël, Canada, Frankrijk). Israël sloot ondertussen haar fabriek. Op vandaag blijven er dus maar 3 spelers over. Komt daarbij dat de afhankelijkheid van China problematisch is geworden. Het is dus een kwestie van soevereiniteit voor Safran Group.
Het competitief en geopolitieke landschap
“Luchtvaartmotoren worden steeds meer performant en duurzaam, dus ook steeds meer complex. De blades zijn een cruciaal en waardevol onderdeel geworden van de volledige motor. Het langetermijnobjectief is dat Safran Blades uitgroeit tot een sterke en duurzame speler binnen de fabricatie van lagedruk compressorsblades. Op vandaag gaf het consortium ons het mandaat om 400.000 blades per jaar te produceren tot 2028. In fase 2, horizon 2029, moeten we opschalen tot 700.000 stuks (een blade per 19 seconden).”
We vragen even meer in detail waarom Safran Group opteerde voor Marchin.
“Het feit dat de oude Arcelor-site reeds voorzien was van de nodige hoogspannings-infrastructuur, zonder nieuwe lijnen te moeten trekken, was cruciaal voor de bouw en time-to-market. Met behulp van FOREM werden specifieke opleidingen op maat uitgewerkt om in sneltempo de nodige operatoren op te leiden. Op ingenieursniveau beschikt Safran over teams die sterk en vanaf het begin betrokken waren bij dit project. De factor duurzaamheid stond eveneens hoog op de agenda. Onze technologie draagt sowieso toe tot meer duurzame motoren, maar de recyclage van materialen en het beheer van restmateriaal waren ontzettende belangrijk”, benadrukt GJ.
DIGITAL 4.0 FIRST!
Dat de productie in alle stappen zwaar geautomatiseerd en gerobotiseerd is, is uiteraard evident. Echter de digitale roadmap voor kwaliteitscontrole, traceerbaarheid per stuk ‘One Piece Flow’ en de herhaalbaarheid van de processen vormde een prioriteit van bij het begin. Zonder een digital factory kan de productie in dit geval niet duurzaam, robuust en competitief zijn.
GJ : “Robotiseren, automatiseren en digitaliseren is hier niet zomaar een computer of robot naast een machine zetten. Alles heeft een doel. Robots moeten de cadans van de repetitieve taken garanderen. Lijnen moeten autonoom, slim en zelfregulerend lopen. Daarvoor zijn sterke digitale tools nodig.
Bij een fabriek die nog niet bestaat moet je het stappenplan precies kennen om vanaf de ontwikkeling te kunnen automatiseren en digitaliseren. Eenmaal de machines geïnstalleerd zijn, kan je immers niet herbeginnen.”

Een eerste grote uitdaging voor Safran Blades was om zelf een interne MES te maken. Volgens GJ was kiezen voor een bestaand systeem en dat customizen geen optie. Ook daar kreeg het management een Digital 4.0 carte blanche. De ontwikkeling gebeurde intern met de ondersteuning van externe partner Smartyou die CLEVER ontwikkelde. De financiering gebeurde door de hulp en programma’s van COOTECH, gedragen door het Waals Gewest op voorwaarde dat deze oplossing ook door andere maakbedrijven kon worden hergebruikt.
“Weet dat voor 1 miljoen productie-uren er maar 130.000 menselijke werkuren noodzakelijk zijn. De robotisering is immers sterk geoptimaliseerd. Ondanks alles zijn enorm jobs gecreëerd, iets waar we erg trots op zijn”, aldus GJ.
Iedere blade digitaliseert zich op basis van meer dan 5000 data-eenheden en beschikt over een compleet digitaal paspoort. De fabriek zelf genereert 100 K data per seconde.
Over robuuste en adaptieve data flows, SIPOC, Namespace en datalakes
“Alles functioneert op connectiviteit via glasvezel en Wifi 6E“, verduidelijkt GJ. “De IT/OT-architectuur vormde een echte uitdaging. Met de TIER3-criteria was de Unified Namespace onontbeerlijk om de compatibiliteit met de MES, de partners, de interne en externe industriële tools en de ERP van de groep te verzekeren.”

De diagrammen van de processtromen et de SIPOC’s (Supplier/Input/Process/Output/Customer) vereisen een uniek team: robotspecialisten, IT’ers, ingenieurs, programmeurs, die samen tot zinvolle implementaties komen. De data kunnen aldus opgedeeld worden:
Hierin inbegrepen zijn de machinedata, energieverbruik-, waterverbruik- en vochtigheidsparameters, enzovoort. De productie moet trouwens in geval van een incident robuust blijven. De doelstelling is dat de machines gedurende 72 uur autonoom opereren in geval van een informatica-onderbreking.
Conclusie
Kortom, de weg naar digitalisering, robotisering, automatisering om tot een Factory of the Future te komen, is dus allerminst een marketingstunt, maar een essentiële voorwaarde om deze fabriek te kunnen bouwen en te voldoen aan de duurzaamheids- en competitiviteitsvoorwaarden. Daarnaast was ze ook noodzakelijk om te dienen als een strategisch pilootproject om de wereldwijde uitrol van een Industry 4.0-strategie binnen de Safran Group uit te rollen.
Over Geoffroy Jennes
Deze Digital Engineer 4.0 bij Safran Blades ontwerpt, implementeert en stuurt intelligente industriële 4.0‑ecosystemen aan, die automatisering, robotisering, realtime connectiviteit, industriële applicaties en data integreren. Met een hybride en complementaire achtergrond in IT/OT/DATA verbindt hij de werelden van productie, digitalisering en innovatie om fabrieken te transformeren tot wendbare, traceerbare en performante platforms in een ‘Data Driven’-modus.

Gepassioneerd door Industrie 4.0 zet hij zich in voor concrete projecten met grote impact, vooral in veeleisende omgevingen, zoals de luchtvaart, waar kwaliteit, snelheid en traceerbaarheid geen ruimte voor compromissen toelaten. Van nature gepassioneerd door ontdekking en menselijke ontmoetingen draait het motto van Geoffroy Jennes rond ‘One Dream, Live It…’: geef jezelf de middelen om je dromen waar te maken en je passies te beleven.