Auteur: Karl D’haveloose
Team Industrialfairs gaat steeds frequenter de grens over, met o.a. voor de eerste maal ABISSnl 2025, straks op 30 oktober in Breda. Daar is de missie, in samenspel met heel wat bedrijven, om processen binnen de maakindustrie en vooral bij MKB sneller te digitaliseren. Meer daarover op www.abissummit.nl
Maar binnen alle competenties van onze maaktechnologie-, automatiserings- en digitaliseringsevents komen we een steeds grotere en geëngageerde kern van Nederlandse technologieleveranciers tegen. Vandaag ben ik één en al oor voor Jan Floor van Egmond, Directeur van Landré Groep, die van alle metaalbewerkingsmarkten thuis is.

België is geen onbekend terrein voor van Egmond. Indertijd, nog voor Mori Seiki en DMG in het huwelijk traden, was Landré rechtstreeks vertegenwoordigd in België. Nu gebeurt alles terug vanuit Nederland, van waaruit het bedrijf technologie aanbiedt in 3 segmenten: verspaning (Haas, uitsluitend in Nederland), plaat- en buisbewerking (HSG en Ermaksan, in de hele Benelux) en 3D-printen (HP en Concept Laser, eveneens in de Benelux). De inzichten van van Egmond zijn de rit van 3 uur heen en terug zeker waard.
Na een pauze van 15 jaar was Landré Machines terug op post tijdens de beurs Machineering 2025 in Brussel, voornamelijk om de buislaser van HSG te introduceren. Ons gesprek leidde tot een aantal opmerkelijke inzichten over de Benelux-markten, die we u graag even meegeven.
In 2007 voerden Jan Floor van Egmond en collega Frank De Beijer een managementbuy-out uit. Hierdoor zijn beide directeurs nu ook eigenaars van het bedrijf. Actueel werken 40 mensen binnen de groep. Jan Floor merkt op, dat per uitzondering voor een machinedistributeur, Landré over een eigen in huis (online) marketingteam beschikt en dat dit een speerpunt is voor de organisatie.
Over de Chinezen, lagere instapdrempels en onlinekoopgedrag
Jan Floor geeft aan dat potentiële klanten hun huiswerk voor de aankoop van hun machines steeds meer online doen.

“Jongere generaties machinekopers informeren zich steeds meer eerst online, want heel wat fiches, data, filmpjes en reviews worden publiek gedeeld. Het schiftingsproces met een funnel van enkele preferentiële leveranciers is dan meestal al gebeurd. Daarna volgen de persoonlijke gesprekken en eventuele bezoeken bij referentieklanten of de showroom”, benadrukt mijn gastheer.
“Bij dat onlinekopen is er wel een caveat”, nuanceert van Egmond. “Sommige bedrijven shoppen rechtstreeks in China, waardoor je extra inkoopmarge uitspaart, maar in veel gevallen staan sommige machines na 2 maanden werkloos onder het stof. Er is en blijft heel wat rommel op de markt en dat geldt ook voor machines uit China.”
Benelux-markten: alles verandert constant
van Egmond gaat verder met een nuance. De missie van het bedrijf is om met regelmaat te ontdekken welke machinemerken in de komende jaren het verschil zullen maken in onze regio en op basis daarvan, bewust en gericht, de distributie en service aan te bieden. Dat houdt in dat er in een snel veranderende wereld soms kordate keuzes gemaakt worden voor merken, die op dat moment kwalitatief, competitief en qua performantie het best scoren in een Benelux-maakomgeving.
Concreet is Landré een invoerder van specifieke merken binnen 3 disciplines, waar ze ook de volledige garantie en onderhoud voor bieden. In tegenstelling tot bij andere distributeurs hoef je bij Landré ook niet meteen een specifieke robot, cobot of automatiseringsoplossing te vragen. Voor alle maatwerk rond software en hardware word je naar externe partners doorverwezen. Ieder zijn kunst en qua aanbod geldt less is more, mag je in dit geval stellen. Voor Landré primeert niet de vlag Landré, eerder de referentie van de ladingen die onder die vlag meevaren. In dit geval is dit HP, HSG en Haas.
“Momenteel zit de Nederlandse hightechmarkt voor precisieverspaning een beetje op zijn gat”, begint Jan Floor. “De investeringscycli van bedrijven, zoals NXP, ASML en ASMI, evolueren wat neerwaarts, zodat het ecosysteem ook even op een lager pitje draait. Dat heeft vanzelfsprekend consequenties voor een grote groep toeleveranciers die zich juist tot dit type klanten richten. Dat zal vermoedelijk duidelijk worden op de Precisiebeurs in Veldhoven, waar iedereen die ertoe doet in precisiebewerking aanwezig is.”
Voor het middensegment verspaningsmachines waarin Haas speelt, is dat minder een issue volgens de directeur. Iedereen is in het minder complexe bewerkingssegment minstens om de zoveel jaar aan vervanging of uitbreiding van zijn CNC-park toe.
De plaatbewerkingsmarkt in disruptie
Sinds 2016, toen het merk Bodor landde in Nederland, is er volgens Jan Floor heel wat veranderd. Niemand had ooit kunnen geloven hoe alomtegenwoordig de Chinese plaatbewerkingsmachines op vandaag zouden zijn. Ook op distributieniveau verandert het speelveld. Waar eerder het aantal handelshuizen afnam doordat de A-merken opteerden om de markt rechtstreeks te bedienen en de kleinere distributeurs verdwenen, kwam plots een nieuwe dynamiek. Zo bleek dat sommige bedrijven ineens besloten machines online te kopen van merken, die ze nog nooit hadden gezien. Een mogelijke verklaring is dat er veel informatie beschikbaar én dat dergelijke machines vaak maar een kwart kosten van wat Europese leveranciers vragen. Daarnaast namen zowel bestaande als nieuwe handelshuizen een Chinees machinemerk onder de vleugels. Dat brengt natuurlijk een aantal valkuilen mee, ook voor de klant. Zoals reeds geopperd, is er heel wat onlineverkoop en niet ieder kersvers handelshuis weet wat het verkoopt, laat staan dat die machines op lange termijn ook hun service moeten blijven krijgen…

De introductie van goedkopere fiberlasers met hogere vermogens als opvolger voor de 6 kW CO2-laser veroorzaakte eveneens een revolutie in snijland. Dat laat zich voelen in de plasmasnijmarkt, waar ook grotere en dikkere formaten probleemloos door een 40 kW gelaserd kunnen worden. Door de inzet van nieuwe lasertechnologie, waaronder ook laserlassen, ontstaan er heel wat nieuwe gebruiksopportuniteiten in las- en laserland.
Wat de status van de markten betreft, valt het van Egmond op dat werkhuizen in staalconstructie eerder lokaal produceren, terwijl bedrijven gespecialiseerd in fijner plaatwerk meer rekening moeten houden met internationale concurrentie. Het zijn vooral de lokale staalconstructeurs die vandaag sneller overstappen op betaalbare, performante buislasertechnologie in plaats van grote boor- en zaagmachines, waardoor ze minder uitbesteden aan externe toeleveranciers.
Nederlandse high-endtoelevering worstelt met dure leercurves
Technologisch en qua Capex is het voor toeleveranciers zoals aan ASML niet altijd evident. Op het eerste gezicht lijkt het feit dat ASML heel veel kunde overlaat aan externe toeleveranciers een creatieve uitdaging, oppert van Egmond. Echter, het uitbesteden van veel R&D op de nek van bedrijven die stukken moeten printen, gieten, verspanen en laseren brengt ook nadelen mee.

Als bedrijven zoals ASML een geopolitieke speelbal worden en je hebt als leverancier tonnen geïnvesteerd in technologie, dan zit je met dynamiet te spelen als het orderboekje even inkrimpt. Minder opdrachten voor toeleveranciers betekent per direct minder bestellingen voor productiemachines in het algemeen.
Het valt voor Haas bijvoorbeeld op dat op vandaag de grotere koek van de verkoop rechtstreeks naar OEM’s en machinebouwers gaat, die alles in huis willen hebben, inclusief CNC, plaatbewerking en lassen. Tien jaar geleden verkocht Landré voor 80 procent aan toeleveranciers en 20 % aan machinebouwers. Nu is dat 50/50 geworden. Kleine en middelgrote machinebouwers integreren sneller betaalbare bewerkgingstechnologie en besteden het meer complexe of customized werk uit.
Call to reality voor 3D-printen
In 2009 besliste Landré om zich ook op de additive manufacturingmarkt metaal en kunststof te storten. “Je kon geen blad omslaan of je las dat 3D-printen de volledige verspaningssector ging ontwrichten. Hoe anders is de situatie nu? De meeste fabrikanten van 3D-printers zijn sterk aan het reorganiseren of kopen elkaar op. Een 3D-printer ontwikkelen op zich is niet de uitdaging, maar wel om als investeerder een juiste businesscase te vinden voor deze technologie. Vele investeerders hebben hun tanden hierop kapotgebeten”, oppert Jan Floor.

Kortom, volgens van Egmond is de markt in een sanerings- en consolidatiefase en bovendien nog té onvolwassen. Nieuwe investeerders komen tot de conclusie dat ze te weinig volume hebben om die machines draaiende te houden. Landré startte in 2018 zelf met het faciliteren van 3D-capaciteit aan klanten. Die redenering houdt dan wel weer steek. Klanten besteden voorlopig liever zowel engineering als printen uit dan zelf een printer in huis te halen.
“Actueel is er wel degelijk een markt voor maatwerk kleine series, kunststof protheses, robotarmen, grippers en machineonderdelen, denk aan very customized high mix en low volume. Als je in 7 jaar een omzetgroei van x30 kan voorleggen, dan moet er toch wel iets mee te doen zijn”, glimlacht mijn tafelgenoot.

Volgens Jan Floor worstelt high-endmetaalprinten wel met extra complicaties. Complexe en cruciale onderdelen voor automotive en aerospace bijvoorbeeld, meestal uit speciale legeringen, moeten voldoen aan veeleisende criteria, normen en certificaties. “Als je een aangeleverde blok met bijvoorbeeld titanium verspaant, dan weet je wat je binnenkrijgt. Als je een onderdeel vanuit poeder tot een stuk print, dan ben je bezig met zelf een nieuw materiaal te maken, dat iedere keer opnieuw door een volledige check-upronde moet.”
De macro’s van van Egmond
Los van alle geopolitiek zijn de grootste toekomstige worries van mijn gesprekspartner het gebrek aan goed gemotiveerde mensen en het stopzetten van veel bestaande ondernemingen.

De instroom van ingenieurs en technici in de maakindustrie is al jaren een structureel probleem, terwijl een volledige generatie aan werkenden straks op pensioen gaat. Maar erger nog is dat het werkethos in Europa versus bijvoorbeeld Azië dag en nacht verschillen. Westerse Gen Z motiveren om morgen het verschil te maken, dat is iets waar iedere ondernemer op vandaag mee worstelt. “Wij hebben alles te verliezen omdat we denken recht te hebben op welvaart; zij willen werken om die welvaart te behalen en hebben alles te winnen.”
Volgens een rapport van ABN AMRO is het aantal stopzettingen in Nederland groter dan het aantal faillissementen. Terwijl iedereen het heeft over meer lokaal produceren en iedereen aan het werk krijgen, zit je met een generatie van werknemers en ondernemers die er stilaan de brui aan geven. Verder is er een consolidatiebeweging en overnametrend door investeringsgroepen, die vooraf de mooiste krenten uit de pap selecteren.
Puur wat Benelux betreft, zal de extra boost in defensie niet veel zuurstof geven, meent van Egmond. Landen, zoals Duitsland, Italië en Frankrijk, hebben traditioneel een grote defensie-industrie, maar hier ter plaatse moet een toeleverancier niet denken dat hij morgen in de toeleverketen van defensie wordt opgenomen. Van Egmond zet liever zijn troeven op bedrijven die hier voor de lokale markt produceren, die minder gevoelig zijn voor tarieven, exportbeperkingen en de buitenlandse supply chain-distorsie.
Van Egmond is er rotsvast van overtuigd dat de Benelux-ondernemer er wel uitkomt, ondanks alle challenges. Wie op vandaag technologisch bijbeent, pragmatisch denkt en op het juiste momentum mee flext, krijgt zeker opportuniteiten. Het probleem is dat veel bedrijven heel strak omgaan met een veranderende wereld, terwijl die verandering definitief hun businessmodel ontwricht.
van Egmond: recht voor de raap
Voor mij zit een Tweeling, geboortejaar 1966, die voor HBO Vliegtuigbouw en Bedrijfskunde koos. Jan Floor krijgt zijn grootste adrenalineboost door het dynamische ondernemersspel. Dat is en blijft zijn grootste passie. Verder tempert hij zijn rusteloos denken en resterende energie op zijn racefiets, het liefst alleen en met de blik op oneindig.
“Het mooie aan ondernemen is dat je altijd het vuur aan de schenen hebt, maar ook diegene bent die moet beslissen”, filosofeert van Egmond. Jan Floor geeft toe dat zijn nuchterheid en ongezouten visie op korte termijn soms confronteren, maar op lange termijn scoren. Concreet geldt bij van Egmond: ‘what you see, is what you get’. Zijn credo luidt ‘blijf flexibel, wees creatief’: dat betekent op vandaag dat je niet alleen alert en veerkrachtig moet zijn, maar dat je altijd op voorhand ook al over een plan B, C of zelf D moet beschikken vooral je ook maar iets onderneemt.